Hypotheek
Er zijn niet veel mensen die hun woning zo even cash betalen. Meestal heb je het geld voor de aankoop niet zelf beschikbaar en moet je dus geld lenen. Een geldlening met een huis als onderpand wordt een hypotheek genoemd. Hypotheken zijn er in veel verschillende soorten en maten. Met of zonder aflossing, met een spaar- of beleggingselement, met een vaste rente of juist een variabele rente en ga zo maar door. Bovendien zijn deze vormen dan ook nog op allerlei manieren te combineren. Kortom: het kiezen van de juiste hypotheek is niet iets waar je zomaar even in een verloren uurtje uitkomt.
Hypotheekvormen
Er zijn heel wat verschillende soorten hypotheken en de verschillende geldverstrekkers geven er allerlei mooie namen aan. De vier belangrijkste hypotheekvormen zullen we hier bespreken. Deze vormen zijn: de klassieke hypotheek, de leven- en spaarhypotheek, de beleggingshypotheek en de aflossingsvrije hypotheek. Bedenk dat je niet per se uit één van deze vormen hoeft te kiezen. Vaak wordt ook voor een mix gekozen. Bijvoorbeeld een totale hypotheek van € 150.000 waarvan € 90.000 spaarhypotheek en de rest, € 60.000, aflossingsvrij.
Klassieke hypotheek
De klassieke hypotheek wordt tegenwoordig nog maar door heel weinig mensen afgesloten. Dit komt omdat bij deze hypotheek de te betalen rente in de loop der jaren steeds minder wordt. Hierdoor kan je ook steeds minder gebruik maken van de hypotheekrenteaftrek. Bij de klassieke hypotheek los je gedurende de looptijd van de lening af.
De twee vormen van de klassieke hypotheek zijn de lineaire en de annuïteitenhypotheek. Bij de eerste vorm betaal je elk jaar hetzelfde bedrag van de lening terug. Hierdoor neemt de te betalen rente steeds verder af. Bij de annuïteitenhypotheek is het totale bedrag aan aflossing en rente elk jaar gelijk. In het begin wordt veel rente betaald en weinig afgelost, terwijl tegen het eind van de looptijd dit juist andersom is.
Leven- en spaarhypotheek
Bij de leven- en spaarhypotheek wordt er voor de einddatum niets afgelost. Hierdoor kan je bij deze vormen maximaal profiteren van de hypotheekrenteaftrek. De levenhypotheek is gekoppeld aan een levensverzekering. In plaats van de maandelijkse aflossing betaal je premie voor deze verzekering. Aan het einde van de looptijd volgt er een uitkering uit de verzekering waarmee je de hypotheek af kunt lossen. De levenhypotheek wordt niet veel meer afgesloten.
De spaarhypotheek is nog wel populair. Deze vorm lijkt heel erg op de levenhypotheek en wordt dan ook wel de verbeterde levenhypotheek genoemd. Deze hypotheek is gekoppeld aan een spaarverzekering. Je spaart binnen de verzekering tegen een rente die altijd gelijk is aan de rente die je betaalt voor de hypotheek. Daarnaast is er zekerheid over de hoogte van het eindkapitaal. Bij de levenhypotheek is dit niet het geval.
Sinds 2008 is door de introductie van banksparen het ook mogelijk om zonder de verzekering te sparen voor aflossing van je hypotheek. Tot die tijd mochten alleen verzekeraars producten aanbieden voor het belastingvrij sparen voor de aflossing van een hypotheek. Bij banksparen wordt tijdens de looptijd van de hypotheek geld gestort op een geblokkeerde spaarrekening. Met het op de bankspaarrekening opgebouwde vermogen wordt de hypotheek aan het einde van de looptijd afgelost. Voordeel van banksparen ten opzichte van de spaarhypotheek is dat banksparen meestal goedkoper is.
Beleggingshypotheek
Ook de beleggingshypotheek is een aflossingsvrije hypotheek. Het is de bedoeling dat je de lening aan het einde van de looptijd aflost met de opgebouwde waarde van de beleggingen. Of dit helemaal lukt hangt af van de beleggingsopbrengsten en dus van ontwikkelingen op de financiële markten. Aan de andere kant: gaat het boven verwachting goed op de beurs dan heb je kans op een mooi rendement.
De beleggingshypotheek is een verzekeringsproduct. Sinds 2008 is het ook mogelijk om te beleggen via banksparen. Deze vorm wordt Beleggingsrekening Eigen Woning (BEW) genoemd. Tijdens de looptijd van de hypotheek wordt geld gestort op een geblokkeerde beleggingsrekening. Dit geld wordt belegd. Een voordeel ten opzichte van de beleggingshypotheek is dat de kosten vaak lager liggen.
Aflossingsvrije hypotheek
Nog een hypotheekvorm waarbij niet tussentijds wordt afgelost. Elke maand betaal je alleen maar rente. De maandlasten zijn lager dan bij de andere hypotheekvormen. Aan het eind van de looptijd moet de hypotheek wel worden afgelost. Dat kun je doen met de opbrengst van je woning of door zelf geld apart te zetten. Ook is het vaak mogelijk om als de looptijd verstreken is een nieuwe hypotheek af te sluiten. Het kan dan wel zo zijn dat de te betalen rente niet meer fiscaal aftrekbaar is.
Met ingang van 1 augustus 2011 mag een hypotheek maximaal 50% van de marktwaarde van de woning aflossingsvrij zijn.
Rentevormen
Bij een hypotheek heb je de keuze uit een variabele en een vaste rente. Een variabele rente wordt per maand of kwartaal vastgesteld en kan elke periode anders zijn. Historisch gezien ben je met een variabele rente het goedkoopst uit. Hoe het in de toekomst uitpakt is echter allerminst zeker. Met een vaste rente heb je die zekerheid wel. Je zet de rente namelijk voor een bepaalde periode vast. Deze periode ligt tussen de één en dertig jaar. Deze zekerheid heeft wel een prijs: over het algemeen geldt hoe langer je de rente vastzet, hoe hoger de rente.
Rentepercentages en voorwaarden
Bij het kiezen van een hypotheek let je natuurlijk op de prijs, maar ook de voorwaarden zijn belangrijk. Je kunt de prijs van hypotheken vergelijken door gebruik te maken van de netto werkelijke rente (nwr). Hierin zijn alle kosten verwerkt. Denk bij deze kosten aan onder meer de hypotheekrente, de afsluitprovisie en het fiscaal voordeel. Zoals gezegd zijn ook de voorwaarden belangrijk. Let op de mogelijkheden tot het oversluiten van de hypotheek, te verhuizen, extra premie te betalen of om extra af te lossen.
Hoeveel hypotheek?
Een hypotheek sluit je voor een lange periode af. Het is daarom belangrijk na te gaan of je de lasten nu en in de toekomst op kunt brengen. Je toekomstverwachtingen zijn daarbij belangrijk. Wil je in de toekomst gaan samenwonen, wil je kinderen, wil je misschien minder gaan werken?
Hoeveel je kunt lenen, hangt natuurlijk van je inkomen af. Heb je een hoger inkomen dan kan je immers hogere lasten dragen. Eventueel kan je het inkomen van je partner mee laten tellen. Wees hier wel voorzichtig mee als je in de toekomst kinderen wilt. Je lasten zullen dan immers stijgen en wellicht wil jij of je partner minder gaan werken. Verder is het makkelijker om een hypotheek te krijgen bij een vast contract. Het is tegenwoordig trouwens best wel mogelijk om ook bij een tijdelijk contract een hypotheek te krijgen.
Andere factoren die van invloed zijn op het maximale hypotheekbedrag zijn de rente, de marktwaarde van de woning, hypotheekgarantie of niet en eventuele andere schulden. Hoe hoger de rente, hoe minder je kunt lenen. Vanaf 1 augustus 2011 is het mogelijk om maximaal een hypotheek te krijgen van 104% van de marktwaarde van de woning. De overdrachtsbelasting die je eventueel moet betalen mag je hierbij optellen. Dus zolang de overdrachtsbelasting verlaagd is naar 2% ligt de maximale hypotheek op 106% van de marktwaarde. Voor nieuwbouwwoningen geldt geen overdrachtsbelasting en is het maximum dus 104%.
Heb je hypotheekgarantie dan krijg je vaak een korting op de rente. Hierdoor is de maximale hypotheek hoger. Tot slot spelen andere schulden een rol. Om deze schulden af te lossen ben je maandelijks geld kwijt. Dit kan je dan natuurlijk niet ook aan je hypotheek uitgeven.
Links
overzicht hypotheekrentes »
informatie over hypotheken van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) »
test je kennis van hypotheken »
nationale hypotheek garantie »
bereken je maximale hypotheek »